| |
|
De leonberger
De leonbergse hond,
een goedaardige reus,
zich van zijn grootte bewust,
teder met alles wat klein is,
verdraagzaam tot een zekere grens,
daar voorbij een explosie van kracht,
beheerst, imponerend,
vol instinct wakend over huis en hof,
zonder lawaaierige poespas,
volgzaam wanneer dat rentedragend is,
minzaam dwars wanneer dat beter schikt,
'n goede neus voor een vieze sloot,
een schone vloer,
op zijn best langs berg en dal,
als het kan op schoot,
o heerlijke ondoorgrondelijke verrassende
leonberger
bron: Ton Müller
"Het houden van een Leonberger"
|
|